Machiel werkt inmiddels zestien jaar bij UMCG Ambulancezorg. Ooit begon hij als projectleider, comfortabel achter zijn bureau, tot hij merkte dat hij het directe contact met de zorg miste. “Ik wilde gaan zorgen” zegt hij. Die wens bracht hem van het kantoor naar de ambulance en uiteindelijk in een dubbelfunctie die hem nog elke dag uitdaagt: voor de helft projectleider, voor de helft ambulancechauffeur. “En die werelden versterken elkaar echt”.
Van kantoor naar de auto – twee werelden die elkaar versterken
Na jaren in management- en projectfuncties koos Machiel bewust voor het werk op straat. Mijn moeder was verpleegkundige, het zit ook in mij. Toen dacht ik: ik moet richting die primaire zorg”. Inmiddels is hij dus ambulancechauffeur. “Mensen denken: een chauffeur is een chauffeur, die rijdt iemand van A naar B. Maar in de ambulance werk je als team. Ik assisteer medisch inhoudelijk. Bij een reanimatie werken we samen aan een vrije ademweg, doe ik de controles en de communicatie tussen hulpdiensten. We werken voor de verpleegkundige uit, vullen elkaar aan”.
Die combinatie van praktijk en projectwerk blijkt goud waard. “Op dinsdag sta ik ‘aan het bed’, op woensdag werk ik aan een zorg gerelateerd project. En dan kan ik precies uitleggen hoe het er gisteren nog aan toe ging. Dat maakt mijn werk op kantoor zoveel beter”.
Een voorbeeld is het project Huisartsambulancezorg (HAZ), waarin een huisarts meedraait binnen de ambulancedienst. “We krijgen steeds meer patiënten waarbij we aan de voorkant niet weten of het spoed- of acute eerstelijnszorg het best passend is. Door een huisarts met een ambulancechauffeur te sturen, kunnen we bepaalde zorgvragen direct afhandelen. Dat scheelt druk op de SEH”.
De balans tussen werk en privé is soms zoeken, zeker in combinatie met zijn kantoorrol. “Na een 24-uurs dienst ben ik niet de leukste thuis” geeft hij toe. Hij merkt dat de combinatie van beleid en praktijk veel energie vraagt. Toch geeft die wisselwerking hem veel. “Ik ken het vak waar ik beleid over maak als geen ander. Regelmatig zeg ik tegen mijn collega’s of ketenpartners: wat heeft de patiënt hier morgen aan als ik weer op de auto zit? Dat houdt het echt scherp”.
Werkplezier en verbondenheid
Binnen de ambulancezorg zit volgens Machiel weinig verloop. “Er zijn weinigen die uit deze sector vertrekken. Het salaris is goed, de collega’s zijn leuk, en de vrijheid en spanning maken het werk gewoon heel aantrekkelijk”.
Toch verandert het vak. Waar het vroeger vooral om spoed ging, draait het nu vaker om zorg die een minder spoedeisend karakter heeft, maar minstens zo belangrijk. “Je hoeft niet met je voeten in het bloed te staan om plezier te hebben in je werk. Iemand geruststellen is net zo waardevol en voldoening schenkend. Als je dat kunt zien, dan is elke inzet de moeite waard”.
De humor en openheid binnen het team vindt hij typerend voor de cultuur. “We hebben tijd om te praten. Soms ook om te zeuren” lacht hij. “Maar in de basis vindt iedereen het werk nog steeds fantastisch”. Toen hij vanuit zijn kantoorrol op de ambulance stapte, was er even terughoudendheid. “Collega’s vroegen zich af: gaat wat ik zeg morgen naar het hoofdkantoor? Maar ik heb altijd integer gehandeld. Nu zien ze me als een van hen. Mijn hart ligt hier”.
Altijd welkom
Wat maakt het werk voor hem zo bijzonder? Machiel hoeft niet lang na te denken. “Je hebt een spannend beroep met veel vrijheid. De maatschappij heeft respect voor wat je doet en je hebt altijd een goed verhaal bij je vrienden” zegt hij lachend.
Zijn advies aan anderen die overwegen de overstap te maken? “Als je houdt van afwisseling, spanning en vrijheid, dan is dit werk iets voor jou. Je rijdt door sneeuw en zon, je komt bij de crossbaan, bij mensen thuis. Geen dag is hetzelfde. En dat maakt het fantastisch”